Koelen en Endurance
- Melanie de Jong & Anoeska Zijlstra

- 4 mrt
- 10 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 9 mrt
‘Wie kan er water gooien tijdens de wedstrijd’?
Deze vraag zie je wel eens verschijnen online wanneer er een wedstrijd op kalender staat. Wat hiermee wordt bedoelt is dat een ruiter geen (vaste) groom heeft maar wel graag zijn paard wil koelen tijdens de wedstrijd. Dit is heel verstandig.
In de endurance legt een combinatie een afstand van minimaal 15 en maximaal 160 km op 1 dag af. Hier zit een minimum snelheid aan verbonden. Alle paarden worden vooraf en achter gekeurd en afhankelijk van de afstand die je rijdt zul je ook tussen de verschillende rondes nog een veterinaire keuring en pauze hebben.
Dit alles om te zorgen dat het paard de rit kan volbrengen in goede gezondheid. Het koelen heeft meerdere functies / doelen. Zo kun je de hartslag beïnvloeden, kun je de lichaamstemperatuur lager houden, probeer je metabole problemen te voorkomen en op die manier je paard helpen een goede prestatie neer te zetten.
Maar hoe werkt dit nou precies? Wat zijn do’s & don’ts ?
In onderstaande artikel wordt dit uitgelegd door Anoeska Zijlstra & Melanie de Jong
Fysiologie
Om te beginnen is het goed om te begrijpen hoe de verschillende processen in het paard werken zodat je begrijpt waarom koelen zo belangrijk is. Dit verdient wel de context dat er natuurlijk een groot verschil is tussen een 15 km of 80 km wedstrijd, type paard, conditie van het paard en weersomstandigheden.
Eerst leg ik wat ‘technische’ aspecten uit:
Een paard heeft een heel inefficiënte motor, zodra hij iets gaat doen komt er energie en warmte vrij. 20% van die energie gaat naar bewegen en 80% van die energie gaat naar warmte. Deze warmte moet hij kwijt, wanneer hij dit vast zou houden in het lichaam zou hij oververhitten. Een van de oplossingen die het paard heeft is zweten, een andere oplossing is koelen.
Er is sprake van twee soorten verbranding: aerobe verbranding, hierbij is sprake van een verbranding met zuurstof. Het lichaam gebruikt zuurstof voor bijv. de spieren en om afvalstoffen af te voeren. Een gezond lichaam kan dit langdurig volhouden.
Ook bestaat de anaerobe verbranding, dit is zonder zuurstof. Dit kan een paard maar kort volhouden en is ook niet passend in de endurance.
Als je endurance rijdt is er sprake van een langdurige inspanning voor je paard, dit doet hij op een zo energie efficiënt mogelijke manier waarbij hij in de aerobe verbranding zit. (met zuurstof). Doordat je langdurig een inspanning van je paard vraagt betekend dit dat jij als ruiter moet zorgen dat de vochtbalans / elektrolyten in de darmen op orde is zodat het paard zo goed mogelijk in staat is de wedstrijd uit te lopen. Daarnaast kun je hem helpen zijn warmte te reguleren door o.a. te koelen. Het vooraf goed voor elkaar hebben van je management en de gezondheid van je paard maakt het verschil tussen uitrijden en uitvallen.
Spieren
Een van de redenen dat paarden zoveel warmte vasthouden is omdat zij veel grote spieren hebben. De mate van ontwikkeling (en verdeling van type binnen de spieren) is wel ras afhankelijk natuurlijk.
Interessant om te weten is dat spieren uit 3 types bestaan:
Type I , slow twitch fibers => deze worden gebruikt bij langdurige activiteiten zoals endurance.
Type IIA =>deze vezels passen zich in de loop der tijd aan, aan de trainingsprikkels die ze krijgen
Type IIB, fast twitch fibers => deze worden vooral gebruikt voor grote / explosieve inspanning
Wat betekent dit voor endurance?
Endurance paarden werken vrijwel uitsluitend op Type I-spiervezels en deze vezels:
· produceren weinig lactaat
· raken niet snel “verzuurd”
· maar blijven urenlang warmte produceren
Daardoor ligt het primaire risico niet bij spierverzuring, maar bij het te warm worden of blijven van het lichaam. Waardoor er problemen kunnen ontstaan. Wanneer jij als ruiter je paard goed hebt voorbereidt op de inspanning die je vraagt door te trainen, maar ook door te zorgen dat hij goede voeding krijgt en de juiste supplementen en je in de training of wedstrijd koelt en monitort door bijvoorbeeld met een hartslagmeter te rijden dan is de kans groot dat je paard de training of wedstrijd prima kan doorlopen.
Welke spieren produceren de meeste warmte?
In de achterhand (duurmotor): diepe gluteale spieren & biceps femoris, semitendinosus, semimenbranosus

Bron: veterinary key
Rug- en houdingsspieren:
Longissimus dorsi en stabiliserende rompspieren deze zijn essentieel voor houding, balans en efficiëntie. Warmen langzaam op, maar koelen ook langzaam af.
Hals en borst spieren worden minder belast dan bij explosieve disciplines als eventing, maar houden wel veel warmte vast.
Niet elke paardensport belast het lichaam op dezelfde manier. Waar explosieve disciplines leunen op snelle krachtvezels, draait endurance bijna volledig om langdurige aerobe arbeid.

Zoals eerder benoemt kan een paard op verschillende manieren zijn warmte reguleren. Door bijvoorbeeld te zweten, dan verdampt de warmte en het zweet koelt de huid. Ook raakt het paard warmte kwijt door te ademen, soms gaan ze hijgen. Dan is het goed om even rustig aan te doen zodat én de warmte kwijt kan én op adem kunnen komen.
Ook kan een paard warmte verliezen door geleiding, door het lichaam te koelen met water, wat de warmte ‘meeneemt’ van het lichaam af.
Als er sprake is van een hoge luchtvochtigheid, dan is er weinig zuurstof in de lucht. Dan is het lastiger voor het paard om voldoende zuurstof in het systeem te krijgen voor verbranding. Met andere woorden, als de luchtvochtigheid hoog is, is het werk veel zwaarder.
Zweetmechanisme
Het zweetmechanisme is het proces waarbij een paard door zweetproductie en verdamping overtollige lichaamswarmte kwijt raakt. Dit proces wordt gestuurd door het zenuwstelsel en is afhankelijk van vocht- en elektrolytenbalans. Als het zweetmechanisme uitgeput raakt, kan het paard niet meer effectief zweten en afkoelen door een combinatie van elektrolytverlies, vochttekort, hitte en stress. Dan kan het paard oververhit raken. Dit wordt ook wel het ‘exhausted horse syndrome’ genoemd. Op de website van Melanie de Jong (www.coolrunnings-endurance.nl) staat het artikel ‘metabole problemen bij paarden’ daarin wordt dieper op dit onderwerp ingegaan.
De fysiologische stadia van koelen:

Fase 1 Warmteafvoer (thermoregulatie)
Wat gebeurt er?
· Koud water onttrekt warmte aan huid en onderliggend weefsel
Effect
· Daling huidtemperatuur
· Begin daling pees- en spiertemperatuur
· Sneller herstel van hartslag en ademhaling
Daarom is stromend water zo effectief.
Fase 2 Vasoconstrictie (bloedvatvernauwing)
Wat gebeurt er?
· Bloedvaten in de huid en oppervlakkig weefsel trekken samen
Effect
· Minder ontstekingsstoffen
· Minder zwelling
· Verminderde warmte-aanvoer naar het weefsel
Fase 3 Verlaagde stofwisseling (metabole remming)
Wat gebeurt er?
· Cellen gebruiken minder zuurstof
· Enzymactiviteit daalt
· Ontstekingsprocessen vertragen
Effect
· Beschermt pees-cellen
· Minder secundaire schade na belasting
· Vermindert risico op microbeschadiging
Fase 4 Pijnremming & stabilisatie
Wat gebeurt er?
· Zenuwgeleiding vertraagt
· Minder pijnsensatie
· Spierspanning neemt af
Effect
· Minder gevoeligheid
· Betere ontspanning van omliggend weefsel
Fase 5 Reactieve vasodilatatie (na stoppen met koelen)
Wat gebeurt er?
· Bloedvaten gaan weer open
· Afvoer van afvalstoffen
· Aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen
· Dit is waarom: te kort koelen weinig effect heeft
· Te lang koelen → risico op overreactie of weefselschade
Wat gebeurt er bij té lang of verkeerd koelen?
Overmatige vasoconstrictie
Weefselstress
Kans op stijfheid
Bij pezen: mogelijk rebound-effect, te snelle heropwarming
Koelen heeft dus een aantal grote voordelen;
· verlaagt weefsel- en kerntemperatuur
· vermindert ontstekingsreacties
· beperkt zwelling en schade
· verlaagt stofwisseling in het weefsel
· beschermt pees- en spiercellen
Hoe kun je het beste koelen?
Eerst ritme herstellen
· Rustig stappen
· Ademhaling normaliseren
Dan afspoelen
· Koelen met lauw tot koel water (afhankelijk van de buitentemperatuur)
· Focus op:
o hals
o schouders
o rug
o achterhand
· Niet schrikken, dus niet plotseling heel koud
· Combineer met luchtstroom indien mogelijk
· Koud koelen onderbenen/pezen (eerst lichaam, dan benen)
In de onderbenen is minder doorbloeding, daarom is koud koelen hier belangrijk (nooit ijs direct op de huid) à echter is dit niet verstandig om te doen als je nog een 2e of 3e ronde moet rijden. In dat geval wil je alleen de ergste warmte eruit hebben, maar niet het weefsel helemaal afkoelen. Want dan moet je ook eerste weer een gedegen warming-up doen.
Herhalen
· Meerdere keren milder koelen
· In plaats van één keer hard
Drinken

Regelmatig drinken en elektrolyten aanbieden. Dit laatste moet je in de week voor je wedstrijd voorbereiden. Meer informatie hierover vind je in het artikel over ‘metabole problemen bij paarden’. Daarnaast is het van belang om de etiketten goed te lezen. De meeste goedkopere merken bevatten vaak ook (voor een groot deel) suiker, dit kan in verschillende vormen zijn. De betere merken bevatten elektrolyten, calcium, verschillende mineralen.
Praktische uitvoering
In het rijden kun je op de groompunten koelen, meestal gebeurd dit door middel van flessen koelwater over je paard heen te schenken. Aan de voorkant doe je dit over de hals en schouders, hier liggen ook de bloedvaten dichter aan de oppervlakte waardoor je sneller kan koelen.
Je kunt ervoor kiezen ook de achterhand te koelen, of tussen de achterbenen. Daar liggen ook de bloedvaten mooi aan de oppervlakte. Dit soort dingen moet je wel thuis en in je training oefenen.
Je paard staat even stil en kan dan ook even ‘op adem komen’, mocht dit onvoldoende zijn kun je na je groompunt ook even een stukje stappen. Wanneer je paard nat is en je weer gaat bewegen krijg je automatisch dat de bewegende lucht de natte huid afkoelt.
Voor de finish ga je stappen, zodat de temperatuur, ademhaling en hartslag kunnen zakken. Ook kun je koelen, let er wel op dat je de laatste kilometer voor de finish niet meer stil mag staan.
In de vet-gate of na de finish koel je je paard over het hele lichaam, zo haal je de warmte uit het lijf, zakt de hartslag en haal je ook vuil en zweet weg.
koelen bij endurance context-afhankelijk. Hiermee bedoelen we: wat is de temperatuur? Hoe is de luchtvochtigheid? Hoe staat het met de wind? Is je paard (deels of compleet) geschoren?
Niet elk paard kan even goed aangeven wat hij nodig heeft, dus als je wil checken of je nog moeten koelen kun je het water met je hand van het lichaam vegen. Wanneer het flink warmer is dan je hand kun je nog wel even doorgaan. Wanneer het net aan dezelfde temperatuur is of kouder dan je hand, dan moet je stoppen.
Niet (of verkeerd) koelen betekent:
· Dat de inspanning onnodig zwaar wordt gemaakt.
· warmte blijft intern circuleren en de hartslag dus ook weer stijgt
· zweetmechanisme raakt uitgeput
· herstel vertraagt
Dit kan (in ernstige gevallen) risico geven op:
· metabole uitputting . Dit betekent dat processen, zoals de energieproductie, de suiker en energievoorraad, de elektrolytenbalans, temperatuurregeling niet mee goed werken, afvalstoffen ophopen en spieren verzuren.
· spier en peesafbraak, doordat de temperatuur in het lichaam van het paard te hoog is geworden.
· koliek
Gelukkig kun je qua voer en management veel doen om je paard goed voor te bereiden op de gevraagde arbeid. Dit kun je lezen in het artikel over metabole problemen bij paarden.’
Natuurlijk is koelen niet iets wat je alleen in je wedstrijden doet, als je een lange training gaat doen kun je vragen of iemand je onderweg even koelflessen aan wil geven.Of je kunt 2 keer hetzelfde rondje rijden met een korte stop bij je trailer om even te koelen. Na de training zorg je ook dat je paard ook voldoende gekoeld en schoongesponst wordt. Ook hierin moet je wel naar de context kijken.
Watertemperatuur

In de endurance koel je meestal met lauw tot koel water van ongeveer 10 tot 20 °C. Als het water koel aanvoelt maar je hand er probleemloos onder kunt houden, zit je meestal tussen 20–30 °C.
Ter vergelijk hieronder de temperaturen van lauw, koel en koud water.
Lauw water (± 30–40°C)
Voelt handwarm aan en veroorzaakt geen schrikreactie. Ondersteunt de doorbloeding en is geschikt voor langdurig, mild koelen, vooral bij duurarbeid en gevoelige paarden. Koelen duurt langer.
Koel water (± 10–18°C)
Voelt duidelijk verkoelend aan zonder extreem koud te zijn. Geschikt voor effectieve warmteafvoer na training, met name bij grotere spiergroepen zoals rug en achterhand.
Koud water (± 0–10°C)
Geeft een sterke verkoelende prikkel en kan snelle vasoconstrictie veroorzaken. Alleen kort en gericht toepassen bij acute hittepieken, minder geschikt voor langdurig nat koelen.
IJwater (± 0–4°C)
Geeft een zeer sterke verkoelende prikkel en kan zeer snelle vasoconstrictie veroorzaken. Alleen kort en gericht bij onderbenen/pezen niet voor rest van het lichaam.
Deze waarden zijn richtlijnen en kunnen iets variëren afhankelijk van individuele beleving en omgevingstemperatuur.
Samengevat:
Wie serieus ( voor endurance) traint, moet serieus koelen om:
· Warmte uit Type I-duurspieren af te voeren
· Het zweetmechanisme te ondersteunen
· Om herstel van vocht- en elektrolytenbalans te versnellen
Presteren gebeurt tijdens de kilometers. Uitrijden zit in je management en voorbereiding, sterker worden gebeurt tijdens het herstel. En koelen is daarin geen detail, maar een voorwaarde.
Bij het toepassen van de informatie in dit document mag niet worden vergeten dat spieropbouw en de dominantie van spiervezeltypes ras-afhankelijk zijn. Verschillende rassen en typen paarden hebben van nature een andere verdeling tussen Type I-, Type IIa- en Type IIb-spiervezels, wat invloed heeft op belastbaarheid, warmteproductie en herstel.
Daarnaast speelt leeftijd een belangrijke rol. Jonge paarden zijn nog in ontwikkeling en beschikken nog niet over volledig getrainde spierstructuren, terwijl oudere paarden juist meer tijd nodig hebben voor herstel en aanpassing. In beide gevallen geldt dat het lichaam geleidelijk moet leren omgaan met belasting.
Daarom is het essentieel dat paarden:
· op een verantwoorde en doordachte manier worden getraind
· op een niveau dat past bij hun huidige fysieke capaciteiten
· met voldoende tijd voor opbouw, herstel en aanpassing
Spieren, pezen en het metabole systeem ontwikkelen zich niet in weken, maar in maanden tot jaren. Overbelasting ontstaat vaak niet door één training, maar door te snel, te veel of te zwaar trainen, zonder dat het lichaam de kans krijgt zich aan te passen.
Koelen is een belangrijk onderdeel van herstel, maar kan onvoldoende of onjuiste training niet compenseren. Duurzame prestaties beginnen bij passende belasting, geduldige opbouw en respect voor de individuele mogelijkheden van het paard.

Disclaimer
Dit stuk is geschreven met als doel paardeneigenaren, trainers, ruiters en verzorgers inzicht te geven in de fysiologische achtergrond van koelen bij paarden, met speciale aandacht voor training en herstel binnen verschillende disciplines.
De informatie is bedoeld als educatief hulpmiddel om beter te begrijpen waarom, wanneer en hoe koelen bijdraagt aan welzijn, herstel en prestatie. Het vervangt geen veterinair advies, diagnose of behandeling.
Elk paard is individueel en factoren zoals gezondheidstoestand, trainingsniveau, omgeving, weersomstandigheden en management spelen een belangrijke rol. Bij twijfel, afwijkend herstel, ziekteverschijnselen of prestaties die plots verslechteren, dient altijd een dierenarts te worden geraadpleegd.
Door kennis te vergroten, kunnen keuzes rond training en herstel bewuster en zorgvuldiger worden gemaakt — met het welzijn van het paard als uitgangspunt.


Opmerkingen